Biografie
Joep de Bekker overleed in de zomer van 2017 op 82-jarige leeftijd.
Onderstaande biografie is in de jaren negentig opgetekend door Thea Figee en beschrijft op een zeer treffende wijze de schilder en zijn werk.
Joep de Bekker overleed in de zomer van 2017 op 82-jarige leeftijd.
Onderstaande biografie is in de jaren negentig opgetekend door Thea Figee en beschrijft op een zeer treffende wijze de schilder en zijn werk.
Joep de Bekker behoort bepaald niet tot het type schilders dat regelmatig spreekt van grootse ontdekkingen, of van successen die hij in de schilderkunst heeft geboekt. Integendeel. Je kunt hem in de schaduw stellen van uiteenlopende zwoegers als Bonnard, Benner, Giacometti, Morandi, Rothko en dichter bij huis jaap Hillenius, schilders die het onderzoeken van de schilderkunst boven het bereiken van een eindresultaat plaatsen. Schilders die alles van zichzelf eisen en geven, een proces dat niet ophoudt op het moment dat ze de kwasten neerleggen. Schilderen is meer denken dan verf opbrengen.
Oplossingen zoeken in het kwasten alleen kan op die manier zelfs als luiheid worden uitgelegd, want het stelt het nadenken over wat je doet uit. Het zetten van een verfstreek is een handeling. Het filosoferen over wat daarmee wel en niet gebeurt kan zoveel langer duren. De uiterst intensieve manier waarop Joep de Bekker met zijn kunstenaarschap omgaat doet denken aan een uitspraak die Giacometti deed toen Ernst Beyeler, een kunsthandelaar uit Basel, een schilderij in zijn atelier zag en de schilder vertelde hoe prachtig hij het vond. Het antwoord van Giacometti was: ‘Wacht maar. Ik ga het nu weer afbreken.’ Ook voor Joep de Bekker geldt dikwijls dat een schilderij pas zijn voltooiing nadert als het in de vele lagen eronder z’n noodzakelijke strijd heeft gestreden en afgronden heeft gezien. Het schildergenot is er ondanks alles, maar het is betrekkelijk. Schilderen is vooral leren wie je als schilder bent.
Joep de Bekker (Tilburg, 1935) is samen met Agnes, zijn vrouw, in 1963 neergestreken in Groesbeek, waar hij nu woont in een uiterst romantisch oud en met dieren en weiden omgeven huis, dat meerdere malen een aanleiding voor zijn schilderen mocht worden. Het huis, zo eenvoudig mogelijk vormgegeven, is zijn geluk. Het is daarom ook dikwijls middelpunt en enig duidelijk herkenbare vorm in een compositie. Het is nooit het huis zelf waar we het onrustig zoeken van de schilder signaleren, maar de ‘lege’ ruimte eromheen, die met steeds lossere toets de afgelopen jaren weer aan kracht wint. De schilder constateert die winst.
‘Ik weet eindelijk te luisteren naar wat het schilderij me te vertellen heeft en van me vraagt. Een goed schilderij schildert zichzelf. Daarvan ben ik overtuigd. Dat leer ik nu pas zien. Daar had ik al die jaren voor nodig. Maar het twijfelen blijft.’
Joep de Bekker heeft pas in 1985 voor het vrije kunstenaarschap kunnen kiezen. Ervoor was hij op vele terreinen actief, het meest als illustrator en wetenschappelijk tekenaar. Het tekenen ging hem altijd makkelijk af. Al ver voordat hij op twaalfjarige leeftijd de schildersdoos van de buurman erfde wist hij dat in het tekenen zijn kracht lag. Op z’n zestiende wilde hij naar de kunstacademie, maar van een eenvoudige Tilburgse weversfamilie en opgroeiend in een weinig kunstbevorderend milieu behoorde dat niet direct tot de mogelijkheden. De kunstenaar in wording compenseerde het gemis met het opbouwen van een encyclopedische kennis van de kunstgeschiedenis.
Als een spons zoog hij alles op wat er aan kunst om hem heen was. Hij genoot ook van de kerkelijke kunst die binnen zijn bereik lag, zoals die van de Limburgers Charles Eyck en Joep Nicolaes, al zou deze verder geen directe invloed op zijn latere werk hebben. Uiteindelijk zou hij, na zijn militaire dienst, toch de St. Joost in Breda en de Academie van de R.K. Leergangen in Tilburg bezoeken, les krijgen van onder anderen Jan Sleper en Gerard Princee. Het schilderen zelf zou de kunstenaar hier niet in de schoot geworpen krijgen, maar moest hij zich door jaren ervaring eigen maken. Een korte baan in het onderwijs en een langdurige verbintenis
met de K.U. Nijmegen, stelden het vrije kunstenaarschap uit.
‘lk ben bezig met het probleem van het schilderen zelf en niets anders’, stelt Joep de Bekker. ‘Ik heb het niet over emoties en het uitdrukken van mijzelf, maar ik wil bijvoorbeeld simpelweg met een kubus een goed schilderij kunnen maken.’ De Bekker schilderde veel kubussen en onderwerpen waarin symmetrie, ordeningen en bepaalde getalsverhoudingen richting aan het schilderen gaven. Je zou hem in die zin een uitermate streng schilder kunnen noemen, wat een tegenstelling lijkt met de uitbundige, emotionele man die Joep de Bekker is.
Maar de strenge schilder en de emotionele man komen toch verrassend samen in met name de landschappen, die van zinderende kleuren en gevoelig, harmonieus schilderen verhalen, maar evengoed ook van orde, ritme en een stevige compositie. Ze kunnen niet zonder elkaar, zo bewijst de kunstenaar onophoudelijk. Het is een broodnodig spanningsveld.